Capoeira is een Braziliaanse krijgskunst die zijn wortels heeft in Afrika uit de tijd van de slavernij in Brazilië. De oorsprong wordt bepaald in ofwel Angola of Mozambique, dat allebei Portugese koloniën waren. Capoeira is ontstaan door dat de slaven het gevecht camoufleerden in de vorm van een dans om zo de onderdrukker te misleiden. Deze had dan niet in de gaten dat de slaven werkten aan versterking van hun fysieke weerbaarheid.
Een belangrijke eigenschap van capoeira zit in de speelse benadering van het gevecht en de daarmee gepaard gaande acrobatische elementen in het capoeiraspel. Capoeira is kenmerkend uitgevoerd door twee spelers (vechters) die in een “roda” (cirkel) van andere spelers/vechters staan. Zij zingen en klappen op de maat van de traditionele muziek.
De voeten worden voornamelijk gebruikt tijdens het spel waardoor tijdens het gevecht de spelers regelmatig op de handen balanceren om zo de benen in te kunnen zetten bij aanvallende bewegingen. Deze unieke bewegingen volgen uit de gevechten tussen de slaven, en soms tussen de slaven en hun meesters of onderdrukker; de enkels van de slaven waren geketend om te voorkomen dat zij zouden vluchten over de katoenvelden. Hierdoor was het onmogelijk om een beweging uit te voeren waarbij met het ene been een schop uitgevoerd werd, terwijl het andere been op de grond bleef staan. Het was dus nodig om technieken aan te leren welke een aanval mogelijk maakten, maar waarbij de benen bij elkaar gehouden werden. Niet zelden resulteerde dit in sprongen gemaakt vanuit de handstand, de benen als projectielen afgevuurd op de tegenstander.
Het is dus zeker een aanrader om eens naar een Capoeira show te gaan of zelfs naar een capoeira school. Vaak worden arme, middelloze Braziliaanse kinderen van de straat gehaald om capoeira te leren en zo niet in het criminele circuit te komen.