De twee cayos maken deel uit van een fascinerende eilandenwereld ten noorden van de provincies Ciego de Ávila en Camagüey. De Cayería del Norte, ook wel ‘Jardines del Rey (tuinen van de koning) genoemd, omvatten zo’n vierhonderd vlakke eilandjes en cayos in de zee. Ze zijn rijk aan verschillende flora en fauna. Er leven circa tweehonderd verschillende soorten vogels. De stranden zijn aantrekkelijk door het fijne witte zand. In Cayo Coco is alleen al tweeëntwintig kilometer aan strand te vinden. Er liggen bij de eilandjes grote, uitgestrekte koraalriffen – na het Great Barrier Reef de grootste ter wereld – die zeer geliefd zijn bij vissers en duikers. De cayos zijn alleen voor toeristen bestemd, dus veel Cubanen zal men er niet tegenkomen. Cubanen hebben er alleen toegang als ze er werken. Bij aankomst en vertrek op de cayos moet men $2 per persoon tol betalen en paspoorten worden gecontroleerd.
Bezienswaardigheid:
Sítio La Guïra; in het centrum van Cayo Coco bevindt zich dit openluchtmuseum dat het Cubaanse leven van honderd jaar geleden vertoont. Ook kan men excursies te paard maken (1 uur $5) en er is een restaurant waar guateques te zien zijn. Dit zijn voorstellingen van plattelandsfeesten met dansmuziek.