Dit is het grootste eiland van de Canerrosarchipel en is in op 13 juni 1494 ontdekt door Christoffel Columbus. Ooit was het een toevluchtsoord voor piraten en weggelopen slaven. De Spaanse koloniale autoriteiten gebruiken het eiland voor verbanningen en Cubaanse dictators lieten er een grote gevangenis bouwen. In het bekende Presidio Modelo, de ‘modelgevangenis’ (tegenwoordig een museum), zat Fidel Castro gevangen tot hij in 1955 amnestie kreeg. Na de revolutie veranderde Castro het gehele eiland in een educatief centrum en gaf het de naam Isla de la Juventud (Eiland van de Jeugd).
Het noordelijk en zuidelijk deel van het eiland zijn totaal verschillend. Het noorden is van vulkanische oorsprong met lagen kalksteen en porseleinaarde. Porselein en aardewerk behoren tot de inheemse producten waarvan de bevolking leeft. De citrusproductie is de hoofdbron van inkomsten. De jongeren hebben een revolutionair modeleiland gemaakt van Isla de Juventud. Behalve plantages legden ze wegen aan, bouwden scholen, klinieken en waterbekkens voor de irrigatie en de drinkwatervoorziening. Vooral het noordelijke deel van het eiland ziet er daardoor welvarender uit dan andere delen van Cuba. Het zuidelijke deel van het eiland is kalkachtig en grotendeels begroeid met tropisch bos. De kust is grillig met honderden grotten en stranden. Het gehele eiland is beschermd en in het tropische woud komen gigantische leguanen, jutías (ratachtige knaagdieren) en wilde zwijnen voor.
Voor duikers is het eiland een waar paradijs. De koraalriffen en het onderwaterpark maken de Archipel tot de beste duiklocatie van de Cariben. Daarnaast liggen er tientallen scheepswrakken op de zeebodem rondom het eiland. De mooiste stranden en beste duiklocaties zijn te vinden aan de zuidwestkant van het eiland bij de Bahía de la Siguanea en de piratenkust.
Bezienswaardigheden:
Nueva Gerona (hoofdstad)