In de Golf van Honduras en als onderdeel van het departement Izabal, ligt het eiland Lívingston. Lívingston is alleen toegankelijk per boot, die vanuit de meeste punten twee maal per dag gaat. De inwoners zijn zwarte Guatemalteken die zowel Spaans spreken, als hun eigen Garífuna taal. Enkelen spreken ook het muzikale Engels van de eilanden van Belize. Andere inwoners zijn Latino's en Q'eqchi' Maya's, die een eigen gemeenschap hebben net buiten het centrum. De stad is erg interessant met een relaxte sfeer en een levensstijl als in Belize en als op Jamaica, vol kokosnoot palmbomen, pastel gekleurde houten gebouwen en een economie gebaseerd op vissen en toerisme.
De roots van Garífuna (of zwart Caribische) mensen van Caribisch Guatemala, Honduras, Nicaragua en zuid-Belize liggen op het Caribische eiland St. Vincent, waar in de 17e eeuw een mix ontstond van Afrikaanse schipbreukelingen en de inheemse Caribische bevolking. Pas in 1796 werd St. Vincent veroverd door de Britten en die deporteerden alle Garífuna inwoners, die zich verspreidden in omliggende gebieden. Zo kwamen ze dus ook in Lívingston terecht. De Garífuna taal is een mengelmoes van de Caribische en Afrikaanse talen en een klein beetje Frans. Lívingston is genoemd naar de Noord-Amerikaanse jurist en politicus Edward Livingston. Hij schreef de Livingston codes, die werden gebruikt als basis voor de wetten van de liberale overheid van de Verenigde Provincies van Midden Amerika in de vroege 19e eeuw.

Lívingston is waar de Río Dulce uitmond in de Bahía de Amatique. De stranden in Lívingston zelf zijn teleurstellend, aangezien gebouwen en vegetatie in de meeste gevallen tot aan het water doorlopen en de stranden die er zijn, zijn over het algemeen vervuild. Betere stranden zijn te vinden binnen een paar kilometer in noordwestelijke richting, zoals Playa Quehueche en Playa Blanca, die je al voor 2 US Dollar kunt bereiken per taxi.
Vanuit Lívingston kun je een aantal excursies maken, zoals bijvoorbeeld een Jungle-trip en excursies naar Río Dulce. Deze laatste, Río Dulce, is een rivier en tevens een Nationaal Park. De rivier ontmoet een ravijn, La Cueva de la Vaca, waar over de wanden grote junglebladeren vallen en je de vochtige lucht lawaai hoort maken met de tropische vogels.