Panama-Stad beslaat 10 kilometer kust aan de Grote
Oceaan, met de "Bahia de Panama" ten zuiden, het Panama-kanaal
ten westen, beschermde bosgebieden in het noorden en stenen
ruïnes van "Panama Viejo" ten oosten van het centrum van het
land. Je vindt hier winkels in overvloed, moderne gebouwen, een
bruisend uitgaansleven en alles dat je in een westerse stad
waarschijnlijk ook zal tegenkomen. Toch zijn er nog imposante
gebouwen, straten en pleinen uit de koloniale tijd te vinden, die
een beeld geven van oude tijden.
Deze overblijfselen van de koloniale tijd zijn vooral te
vinden in de wijk San Felipe, ook wel 'Casco Viejo ' (het oude
erf) genoemd. Hier zochten Spanjaarden hun toevlucht toen hun
vestiging, Panama Viejo, in 1671 werd geplunderd en verbrand door
de Engelse piraat Henry Morgan. In Panamá Viejo zijn de
ruïnes van de eerste Spaanse bouwwerken, stammend uit 1519,
nog steeds te bezichtigen. Henry Morgan was nog over land
gekomen, maar later kwam het gevaar ook vanuit zee. Maar Casco
Viejo was goed te verdedigen tegen de piraten, dit omdat het op
een landtong ligt en wordt afgeschermd door steile kliffen. De
fortificaties die de
Spanjaarden bouwden staan er nog steeds, de
kerkers zijn omgebouwd tot restaurantjes en kunstgaleries. De
koloniale architectuur maakt van dit gedeelte van de stad
één van de beste voorbeelden van een Europese stad,
zoals die in de koloniale tijd "in de nieuwe wereld" gebouwd
werd.
Het leven in het moderne Panama speelt zich vooral af rond de Via España, hier bevindt zich het financiële centrum en de meeste cafés en discotheken. Al sinds de jaren 30 het winkelhart van de stad, gelegen aan de Avenida Central, is het meestal erg druk. In Panama-stad zijn er verschillende interessante musea. Het belangrijkste museum is het Antropologisch Museum 'Reina Torres de Araúz'. Verder zijn er het Historisch Museum en een Museum over het Kanaal in San Felipe, een Natuurhistorisch museum, een Museum voor Moderne - en één voor Koloniale Religieuze Kunst .
Wanneer je even genoeg hebt van de drukte, dan kun je net
buiten de stad ook veel groen vinden. Op een afstand van een half
uur rijden ligt, ten noorden, het Sobreranía Nationaal
Park.
Dit park is eigenlijk een klein regenwoud
binnen de stadsgrenzen, waar je vroeg in de ochtend of in de
avond apen, luiaards, miereneters en een gigantische hoeveelheid
vogels kunt aantreffen. Aan de zuidkant van het park liggen de
Dierentuin en de Botanische Tuinen (Jardín Botánico
de la Cima).
Of maak een mooie wandeling naar de baai en maak via "La Calzada"(de dam) kennis met vier verschillende eilandjes. Ook heb je vanaf de dam een mooi uitzicht over het kanaal en over de "Puente de las Americas", dit is de brug over het Panama-kanaal. Op de vier eilandjes zijn leuke cafeetjes te vinden. De dam is autovrij en als je geen zin hebt om te lopen, kun je een fiets huren.