Camino de Santiago

De beste manier om Noord-Spanje te verkennen, is door middel van de Camino de Santiago. Of dit nu te voet, te fiets of met de auto is, met deze pelgrimsroutes kom je langs vele historisch belangrijke plaatsen in het noorden van het Iberisch schiereiland en ga je over ruige bergen en vlakten. De routes leiden naar het bedevaartsoord Santiago de Compostela, waar zich het graf van de apostel Jacobus zou bevinden, één van de discipelen van Jesus. Deze routes werden in de late Middeleeuwen door pelgrims gelopen, omdat zij dachten dat het geloof hun zonden zou wegnemen en dit heeft geleid tot een aantal bijzondere bouwtypen. Tegenwoordig wordt de tocht door jaarlijks 150.000 mensen gelopen. Deze mensen mogen zich pas pelgrim noemen wanneer zij óf de laatste 100 kilometer te voet of te paard hebben afgelegd óf de laatste 200 kilometer op de fiets, hoewel een 'echte' pelgrim vanuit zijn huis begint. Verdwalen tijdens de tocht kun je niet, want de gehele weg wordt gemarkeerd door gele pijlen. Het symbool van de Camino de Santiago is de Sinst Jacobusschelp, die vele pelgrims om hun nek hebben hangen.

De hoofdweg van de Camino de Santiago komt Spanje ten noorden van Roncesvalles in de Pyreneeën van Navarra (officieel begint de Camino al in Frankrijk). Vanaf hier loopt de weg zo'n 750 kilometer naar het westen richting Santiago de Compostela en doorkruist hierbij de autonome regionen Navarra, La Rioja, Castilla y León en Galicië. De eerste grote plaats die je tegenkomt vanaf de Franse grens is Pamplona, in de provincie Navarra en gelegen aan de río Arga. Deze eeuwenoude welvarende stad van de middenstand is met name bekend vanwege het jaarlijkse stierenrennen door de stad, tussen 6 en 14 juli, tijdens de San Fermines-feesten. Het mooiste van deze stad is de kathedraal van Pamplona, hoewel het ook heerlijk is om door de smalle steegjes van de stad te lopen en te genieten van het groen in de parken. Iets verder van Pamplona ligt het plaatsje Punta del Reine, dat 709 kilometer van Santiago afligt. In dit volledig op wandelaars gerichte dorpje komen de meeste wegen van de Camino de Santiago samen.

Hierna kom je uit in de provincie La Rioja. Deze autonome regio en tevens provincie staat bekend als uitstekend wijngebied. De hoofdstad van de regio is Logroño, historisch gezien een belangrijke stop, hoewel de dorpjes in de buurt vaak meer culturele rijkdom hebben, zoals Nájera, de kloosters van Yuso en Suso in San Millán de Cogolla en de kathedraal in Santo Domingo de la Calzada.

Iets buiten La Rioja, in de autonome regio Castilla y León, ligt de prachtige stad Burgos. In deze voormalige hoofdstad van Spanje zijn vele schitterende gebouwen te vinden, waaronder de schitterende Plaza Mayor en de kathedraal Santa Maria. Deze kathedraal is geheel in Gotische stijl gebouwd en wordt door sommigen beschouwd als de mooiste kathedraal van Spanje. In dit reusachtige bouwwerk bevindt zich bovendien het graf van de nationale held 'El Cid', welke in de 11e eeuw tegen de Moren heeft gevochten om Spanje van de islam te bevrijden.

Op de weg van Burgos naar de volgende grote stad, León, kom je vele kleine plaatsjes tegen die de moeite waard zijn er even te stoppen. Voorbeelden hiervan zijn Frómista, met de pelgrim must-see Iglesia de San Martín, en Sahagún, met de twee kerken San Tirso en San Lorenzo. Eénmaal aangekomen in León kun je het pronkstuk van de stad bezichtigen: de kathedraal van León, welke vanuit het hele centrum te zien is en je van binnenuit kunt genieten van de prachtige glas-in-lood ramen. Als je in León bent, is het aan te raden hier tapas te gaan eten. In dit typisch Spaanse plaatsje is nog veel van deze traditie terug te vinden; de bevolking gaat hier het centrum in om verschillende barretjes, met elk hun eigen 'tapa', aan te doen. Even voorbij León vind je Astorga, een klein stadje uit de negende eeuw met een kerk grotendeels ontworpen door de fameuze kunstenaar Gaudi, dat ook wel wordt vergeleken met het 'kasteel van Doornroosje'. Een verassend museum in deze plaats is het chocolademuseum (Museo del Chocolate). De laatste indrukwekkende plaatsen die je tegenkomt in Castilla y León, zijn Ponferrada en Villafranca del Bierzo, beiden met zeer mooie bouwwerken.

Vanuit Castilla y León kom je aan in de laatste autonome regio: Galicië. Hier kom je dan ook direct op een moeilijk punt, namelijk: het beklimmen van de Cordillera Cantábrica. Deze bergketen kent vele steile wegen en smalle bergpassen, die het wandelen tot een moeilijke opgave maken. Vanaf hier is het nog zo'n vijf kilometer naar O Cabreiro, waar de meeste pelgrims hun tocht beginnen. Ongeveer tien kilometer verder kom je op het hoogste punt van Galicië: Alto do Poio, met een hoogte van 1335 meter. Stop hierna even bij het klooster Mosteiro de Samos. Dit origineel uit de 6e eeuw stammende complex, is tijdens de 12e eeuw vervangen voor een andere, welke is afgebrand en tijdens de 16e eeuw opnieuw in Gotische stijl is gebouwd. Hierna is er weer een brand geweest in 1951, waarbij alles dat niet van steen was vernietigd is, waardoor alleen de kerk er nog in tact staat.

Na nog wat kleine plaatsjes te bezichtigen kom je aan in Santiago de Compostela, de eindhalte van deze lange wandelroute. Volgens de legende ligt het graf van de apostel Jacobus aan de berg Libredón in Santiago (Santiago staat voor: Sint Jacob), dat in 814 werd gevonden door een Bisschop. Het oude deel van deze bedevaartsstad is in 1985 door UNESCO tot werelderfgoed verklaard. Nederlandse deelnemers aan de Camino de Santiago kunnen lid worden van 'Het Nederlands Genootschap van Sint Jacob', waarmee je een paspoort krijgt dat je vele voordelen biedt, waar je iedereen mee om hulp kunt vragen (zij krijgen als beloning een zegen van God) en waar je tijdens vele stops stempels kunt laten zetten. De laatste stempel kun je halen bij aankomst in Santiago de Compostela. Wanneer je al je stempels laat zien, krijg je een document en een 'compostela'. Erg leuk is dat hier een bord staat waar berichtjes op achtergelaten kunnen worden voor mensen die je tijdens je tocht hebt ontmoet. Als laatste kun je een bezoekje brengen aan de kathedraal van Sint Jacobus, waar elke dag om twaalf uur een speciale pelgrimsmis wordt gehouden ter ere van de apostel Jacobus.

Gelet op het klimaat is de beste reistijd in de maanden mei, juni en september. De maanden hiertussen, juli en augustus, kunnen op sommige dagen heel heet zijn, met name in Castilla y León. Deze vlakten zijn hoger gelegen en bieden bovendien weinig beschutting. Instellingen voor de Camino de Santiago zeggen dat de winter de beste tijd is voor de route, omdat dit de meest spirituele tijd van het jaar is, ondanks dat het weer af en toe flink tegen kan zitten en bovendien veel overnachtingplaatsen gesloten zijn.

In de omgeving:
- Wijnstreek Rioja & Navarra