De Costa de la Luz is een lange kuststrook dat zich uitstrekt van de Straat van Gibraltar tot aan de grens met Portugal en ligt aan de Atlantische Oceaan. Deze kuststrook loopt over twee provincies, namelijk: Huelva en Cádiz. Costa de la Luz, dat 'kust van het licht' betekent, dankt haar naam aan de, vaak Nederkands aandoende, lichte
wolkenpartijen, door de stevige westenwind die vanuit zee waait. De stranden aan deze Costa zijn erg mooi, maar wel erg moeilijk te bereiken. Hoewel deze stranden dus erg de moeite waard zijn, zijn er ook veel mooie natuurgebieden aan de Costa de la Luz. De belangrijkste hierin is Nationaal Park Doñana, dat de provincies Cádiz en Huelva van elkaar scheidt. Andere natuurgebieden zijn het Parque Natural Bahia de Cádiz, in de baai van Cádiz en Parque Natural de la Breña y Marismas del Barbate. Deze laatste ligt boven het plaatsje Barbate en heeft een pijnbomenbos dat aan zee grenst, waar vossen voorkomen en waar oerrunderen grazen. In december magde bevolking er kastanjes komen plukken.
De provincie Cádiz loopt van de monding van de Guadalquivir tot aan de Straat van Gibraltar en
beslaat ongeveer de helft van de Costa de la Luz. Langs deze kustlijn liggen veel enigszins ontwikkelde Atlantische stranden. Ontwikkelaars bouwen op steeds meer van de stranden, maar het komt verreweg niet in de buurt van de hevige bebouwing aan de Costa del Sol. De hoofdstad van deze provincie is tevens Cádiz. Vlakbij deze stad zit de driehoek van 'Sherry-steden'. De steden die dit driehoek vormen, zijn: Jerez de la Frontera, Sanlúcar de Barrameda en El Puerto de Santa María.
De stad Cádiz is een havenstad en zou bovendien wel eens de oudste stad van Europa kunnen zijn, volgens zeggen stamt de stad uit 1100 vóór Christus. Cádiz was een opkomende stad in de tijd van Columbus, na zijn reizen naar Amerika. Dit was tevens zijn
vertrekhaven tijdens zijn tweede en vierde reis. Tevens was Cádiz in de tijd van Jose I eventjes de hoofdstad van Spanje. De have is im- en exporthaven, waar tevens vissers aanmeren en veerdiensten te vinden zijn naar de Canarische Eilanden. Naast de stranden en haven van Cádiz vindt je in deze boeiende stad veel 18e eeuwse bouwwerken, waarvan de meeste in restauratie zijn. De bevolking is bescheiden en heel tolerant en hun levensmotto is het beste van het leven te maken, of dit nu tot laat buiten blijven is tijdens zwoele zomeravonden of zich uitlevens tijdens het carnaval in de lente. In het oude stadsdeel zijn vele 'Plazas' (pleintjes) die dan ook druk bezocht worden door flanerende Spanjaarden. De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de neoclassicistische kathedraal en de Filippo-Nerikerk.
De provincie Huelva beslaat de andere helft van de Costa de la Luz en loopt vanaf de rivier Guadalquivir tot aan de Portugese grens. De provincie mixt sterk industrieel landschap met
schitterende stranden, mooie landschappen en fascinerende historische plaatsen. De hoofdstad van de provincie is de stad Huelva, haven- en industriële stad. Deze stad is net als de gelijknamige provincie, maar heeft verder weinig bezienswaardigheden. Veel van de 3000 jaar oude historie is verwoest tijdens de aardbeving van Lissabon in 1755. Vlakbij de stad Huelva liggen drie dorpjes die zeer belangrijk zijn in de geschiedenis van Columbus, namelijk: La Rábida, Palos de la Frontera en Moguer. Al deze drie dorpen zijn gelegen aan de oostkant van de rivier Río Tinto.
In de omgeving:
- Málaga
- Sevilla
- N.P. Donana
- Wijnstreek Jerez de la Frontera