N.P. Sierra Nevada

Nationaal Park Sierra Nevada is te vinden in het zuidoosten van Spanje in de autonome regio Andalusië. Het is op de Alpen na de grootste bergketen van Europa en ken bovendien het hoogste punt van het Iberisch schiereiland, namelijk Mulhacén (3.482 meter). Op heldere dagen kan deze berg zelfs vanuit Afrika gezien worden. Sierra Nevada is een beschermd gebied en omvat 86.208 hectare met daarin overweldigende rivieren, veelzijdige kloven, harde hellingen, ijzige meren tussen besneeuwde toppen en terrassen van amandelbomen en groenten.

Het gebied is in 1986 tot Unesco Biosfeer Reservaat uitgeroepen, naar aanleiding van haar buitengewone verschillende plant-, vogel- en diersoorten en is pas in 1998 benoemd tot nationaal park. Het park heeft een rijke geschiedenis, met invloeden van de Tartessianen, Visgoten, Romeinen en Moren, da tegenwoordig nog duidelijk te zien is. Er liggen bovendien 25 dorpjes in het gebied. Dezen zijn lager gelegen, vanwege het strenge weer in de hoogte. In het westen van het park ligt een skioord, Solynieve. Het skiseizoen loopt van november tot april. Naast wintersporters is het park ook populair bij andere touristen. Zo vinden onder andere trekkers, klimmers en vogelliefhebbers hier hun heil. Naast toerisme is een andere bron van inkomsten voor de inwoners de agrarische productie van bijvoorbeeld groenten, graan, olijven, druiven, amandelen, appels en kersen. In de zuidelijke heuvels van de Alpujarras ligt de belangrijkste ijzermijn van Europa.

Sierra Nevada is het thuis voor zo'n 2100 plantensoorten, waarvan er maar 175 oorspronkelijk ook uit Spanje komen. De bekendste inheemse wilde bloemen zijn het Nevada viooltje en de Sierra kamille. Tevens zijn er boomgaarden van de steeneik, welke met name groeien op een hoogte van 1300 meter tot 1700 meter. Vanaf een hoogte van 2800 meter zijn korstmossen Meestal de enige vegetatie op de arme grond, vanwege de barre omstandigheden. Onder de 2800 meter is de vegetatie veelal Mediterraans met onder andere dennenbomen en jeneverbes.

Het nationaal park kent de grootste steenbokpopulatie van Andalusië met in totaal 5000 steenbokken die mooie gekrulde hoorns hebben. Andere zoogdieren die je kunt bewonderen in dit gebied zijn wilde katten, wilde zwijnen, vossen, dassen, veldmuizen en in hooggelegen gebieden wezels. Daarnaast is het park een rustplaats voor vele vogels, met meer dan zestig soorten waaronder adelaars, valken en gieren. In de bosgebieden broeden met name groene spechten, steenkoolmezen en mezen. Sierra Nevada heeft vele ongewervelde diersoorten, zoals 37 soorten kevers en maar liefst 120 soorten vlinders. De Amfibieën die hier leven, omvatten slangen, hagedissen en padden.

Wil je het park bezoeken, dan is een goede optie dit per voet te doen. Er zijn door het ark heen vele looproutes waar sinds enkele jaren geen vervoer meer mag komen ter bescherming van het wildlife. Zorg hierbij wel voor een goede kaart van het park.

In de omgeving:
- Granada
- Málaga